Christelijke visie op rassenvermenging

 

Het christendom gaat er vanuit dat Jahweh de God van Abraham, Izak en Jakob, de schepper van alle leven is, dus ook van de diverse rassen, dus ga ik ervan uit dat de bijbel vaste Christenen per definitie tegen rassenvermenging zouden moeten zijn. Immers kan ik me niet voorstellen dat hun God eerst verschillende rassen schiep om ze daarna te laten vermengen tot een bruine of grijze mengelmoes?!

Toch is het de bittere werkelijkheid dat het christendom geen enkel bezwaar heeft tegen rassenvermenging. Het christendom leert ons niets over natuurlijke wetten met betrekking tot huwelijk en gemeenschap. Vandaar ook dat de christenen vrolijk meedoen met de wereldse vermenging van rassen van zowel mensen, dieren als planten. Het christendom streeft niet naar regeneratie of enige verbetering van het huwelijksleven. De kinderen wordt niets geleerd over de gevaren van rassenvermenging.

De meeste christenen zijn gegrepen door de drang naar geld, efficiëntie en produktie. Dat hierbij de natuur schade lijdt of vermengt wordt, hindert niet. Dit komt omdat de christenen ver van de natuur af zijn komen te staan. Ze erkennen nog wel God als de schepper van de natuur, maar hoe je vervolgens met die natuur om moet gaan, daar denkt men niet over na. Dat dieren in korte tijd zo vet mogelijk gemest worden in onnatuurlijke mega-stallen, dat geeft niet. Want een dier heeft geen ziel, zeggen ze dan. Is dat zo?
Maar aan al het gedierte der aarde en aan al het gevogelte des hemels en aan al het kruipend gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo. (Gen. 1:30)

Het christendom is een geloof geworden dat gelijkheid van rassen leert. De Bijbel leert zulks niet en ook de natuur niet. Als er geen verschillen zouden zijn tussen een blanke en een neger, hoe kan het dan dat het haar van een blanke cylindrisch is en van een neger plat? Waarom is de nek van een neger korter en breder? Zijn neus platter, zijn armen langer, zijn voet platter, zijn lippen dikker, zijn tanden naar voren staan? God heeft niet alle levende wezens hetzelfde gemaakt, het geslacht van Adam is alleen naar Zijn beeld geschapen. De bijbel vertelt niet waar de andere rassen vandaan gekomen zijn. Ook niet waar de vrouw van Kain vandaan kwam en van welk ras zij was.
De God van Abraham, Izak en Jakob, is de God van het blanke Adamitische ras. De andere rassen hebben hun eigen goden. De Chinezen hebben hun drakengoden. De Indianen hun totempalen. De Negers hun voorouderverering, enz.

In die Saturday Evening Post van April 15 1961, verwerp dr. James Bonner, professor in Antropologie aan die Kaliforniese Instituut van Tegnologie, die kerk se siening dat alle rassen dieselfde is met die volgende stelling: "Dit is reeds onomstotelik bewys dat die menslike rasse nie almal dieselfde is nie, aangesien die bloed van die Kaukasiese rasse wesenlik verskil in molekulere konstruktie en oorerwingfaktore van die van die neger". 

    

De vijand van het blanke Adamitische ras.. 

Eén van onze grootste vijanden, is de kerk die vermenging goedkeurt. Want het is de kerkleer die vreemde rassen toelaat in ons land. De kerk ziet deze vreemde rassen ook als mensen die door God geschapen zijn en dat het ook je naasten zijn die je lief moet hebben.
Het is de kerk wat rassenvermenging toelaat, goedkeurt en zelfs in hun gemeenten gemengde huwelijken sluit. En daardoor wordt ons blanke ras, ons vaderlandsliefde, ons eergevoel, moed, trouw, offerzin en rasbewustzijn vernietigd. De christenen helpen dus zelf mee om het blanke Adamitische ras te vernietigen. Het is daarmee niet alleen een vijand van ons, maar ook een vijand van onze Schepper. Jahweh heeft de blanke mens (de mens die kan blozen) geschapen. Wanneer nu iemand deze mensensoort vernietigd, begaat hij een grove zonde. De eerste christenen zullen over dit onderwerp zeer waarschijnlijk anders gedacht hebben dan dat de huidige christenen doen. Door inmeng van andere volkeren en geloven is de oorspronkelijke christelijke visie verandert naar de huidige vorm van christelijk geloof, wat een geloof is voor iedereen.
De kerk streeft naar wereldverbroedering.
Ook redeneren de christenen als volgt: Als iemand zich bekeert tot het christendom, hun dogma's erkent, belijdenis doet en lid wordt van hun gemeente, dan is dat goed, ook al ben je van een ander ras of geloof. Met andere woorden: Iedereen kan zich bekeren tot hun geloof. Dit komt voort uit de onjuiste redenatie van: iedereen is gelijk. Als vervolgens diegene wil trouwen met iemand uit die gemeente, die van een ander ras is, dan is dat geen probleem. Als je allebei maar hetzelfde geloof hebt, aldus het christendom in Nederland.

Intussen zijn de protestante kerken in hun opvattingen omtrent het “gemengde” huwelijk en de rassenvermenging geen haar beter dan de roomse kerk. De dominees beijveren zich, vanwege het niet overeenstemmen der zielen, om het huwelijk tussen volbloed Nederlanders, waarvan de een Nederlands Hervormd is en de ander een lid der Gereformeerde Kerk, ten stelligste te ontraden. Het bloed speelt geen rol  meer, maar alleen op de ziel moet worden gelet. Hoe het met die ziel gesteld is, dat hangt niet af van het bloed, maar dat is een zaak van doop en aanneming. Ook volgens de protestantse kerken is er meer zielenharmonie tussen een volbloed Nederlander van Gereformeerde confessie en een eveneens Gereformeerde Papoease koppensnellersdochter, dan tussen een blond, zich minnend jong mensenpaar, waarvan de een Hervormd is en de ander niet. (overgenomen uit: Bloed en Mythe als levenswet. Door P E. Keuchenius)

                       

Alle rassen, zowel van mensen, dieren, planten en bomen, horen gescheiden te blijven om te kunnen voortbestaan. Doen ze dit niet dan betekent dit het einde van beide rassen. Op rassenvermenging volgt vroeg of laat de degeneratie, wat we zien in zieke, zwakke of onnozele mensen, vreemde dierziektes, en allerlei virussen.
Het christendom is ook een vijand van de natuur. Van nature zal een dier, plant of boom zich niet vermengen. En van nature hoort een mens zich ook niet te vermengen. Als het de bedoeling van de Schepper geweest zou zijn dat een mens zich moet gaan vermengen, waarom heeft de Schepper dan niet gelijk de gemengde mens geschapen?
Rassenvermenging vernietigd de unieke eigenschappen van beide rassen. De kerkleer van de huidige christenen, wat grotendeels bestaat uit blanke mensen, is dus de grootste vijand van het door Yahweh uitverkoren blanke Adamitische ras. Jezelf vrijmaken van deze valse destructieve godsdienst zal ons ras en uw nageslacht tot een zegen zijn.

De meeste christenen vergeten wat in deze Psalm staat:

Psalm 147 : 10
Hij gaf aan Jacob Zijne wetten,
Deed Isrel op Zijn woorden letten;
Hij leerde z' in Zijn wegen wand'len,
Zo wou Hij met geen volken hand'len;
Die moesten Zijn getuigenissen
En Zijn verbondsgeheimen missen.
Laat dan Gods lof ten hemel rijzen;
Laat al wat adem heeft Hem prijzen!

 

27-07-2012, Kootwijkerbroek

Goedendag, zouden jullie het volgende ingezonden artikel kunnen plaatsen?

Verre liefdes.

Graag wil ik reageren op de artikelen in Punt Uit over "verre liefdes."
Zou het Gods wil zijn dat we een huwelijk sluiten met iemand van een ander ras? Zou God Zijn zegen hieraan kunnen geven? In de vrije natuur teelt elk beest zich voort met hetzelfde ras of soort. Dit is een onwrikbare en onwijzigbare natuurwet. Ik heb nog nooit een kraai met een duif zien paren. Of een mus met een roodborstje, noch een hert met een schaap, alhoewel al deze dieren daar wel de gelegenheid toe hebben. Waarom niet? Omdat je door vermenging degeneratie (bastaarden) krijgt. En dat is nooit Gods bedoeling geweest. Wel de bedoeling van de boze, zie de raad van Bileam die aanraadde om maar vele vreemde vrouwen naar het volk Israel te sturen. Niet dat andere rassen meer of minder zijn, maar ze zijn anders in hun genen en bloed. En bloed mocht en mag absoluut niet vermengt worden. Nergens in de Bijbel staat God het toe dat je je met andere rassen mag vermengen. Het volk Israel was een heilig volk. D.w.z. een apart gezet volk, een voorbeeld-volk. Het mocht zich niet mengen met andere volken noch met andere afgoden. Zo mogen wij ons ook niet vermengen met andere rassen en zeker niet met mensen die andere goden navolgen.
Ik weet dat dit een gevoelige reactie kan zijn, maar de wet van: niet-vermengen, ligt in de Bijbel en in de natuur. En de natuur is een door God geschapen boek. Gelukkig de mens die dit boek mag lezen.

Pieter v.d Meer jr.

   

Het onderstaande is overgenomen uit: Bloed en Mythe als levenswet. Door P E. Keuchenius

In zijn brief aan de Galaten schrijft Paulus: “Want wij zijn allen kinderen Gods door het geloof in Jezus Christus; daarin is noch Jood noch Griek, daarin is noch dienstbare noch vrije.” (Gal. 3:27,29). Dit Paulinische dogma der bloedverloochening is verderfelijk geworden, omdat zij de goddelijke natuur voor onnatuur verklaarde. Het wezen der rasverschillen is immers een bovenmenselijke ordening. De roomse kerk is in haar toepassing van dit dogma zo ver gegaan, dat zij geen andere bindingen dan die van het geloof der heilige kerk erkennen wil. Zij weet in dit opzicht van geen toegeven. Ieder “gemengd” huwelijk tussen katholiek en niet-katholiek van hetzelfde bloed, wordt door de kerk niet erkend en met concubinaat gelijkgesteld. Zij staat zelfs in dit geval aan den katholiek toe om ieder ogenblik het burgerlijk huwelijk door echtscheiding te doen ontbinden. Het roomse huwelijkssacrament heeft echter tegen de echtverbintenis van een katholieken volbloed Nederlander met een katholieke negerin geheel geen bedenkingen, omdat alle kinderen in de universele roomsen godsstaat toch allemaal gelijk zijn en de eenheid des geloofs boven de heiligheid des bloeds gaat. Daarmee heeft de pauskerk de eeuwige levensbron van den mens, het bloed vergiftigd en de rasverschillen nietig verklaard. “De kerk van Rome heeft overal haar invloed daarvoor gebruikt om de rassengrenzen te niet te doen. Zij veracht de afstamming en verlangt slechts gehoorzaamheid aan de geboden der alleenzaligmakende kerk. Daarin ligt het geheim van den weerstand van Rome tegen alle nationale bewegingen. In tegenstelling tot het volkse ideaal, houdt zij haar wereldheerschappij staande en is hierin de echte erfgenaam van het Romeinse wereldrijk,” aldus schreef de Amerikaanse rassenbioloog Madison Grant.

De kruistochten, de gewelddadige bekeringen, de kettervervolgingen en de door de pauskerk ontketende godsdienstoorlogen vormen de voornaamste oorzaak, waardoor deze kerk de ontnoordsing van Europa heeft bevorderd. Het is het gruwelijkste historische feit, dat men moet vaststellen, dat er geen kerk op de gehele wereld bestaat, die moedwillig zoveel smart en ellende onder de mensen heeft gebracht. Geen enkele andere oorzaak heeft zoveel menselijk geluk verwoest en zoveel stromen bloed doen vloeien als de christelijke naastenliefde van de roomse kerk.

Onze kerken stellen geen belang in het schone lichaam, omdat volgens haar dogma’s het vlees vol zonde is en aanleiding geeft tot ongerechtigheid. Uit geestelijk oogpunt – en in onze samenleving wordt alles ‘geestelijk’ gewaardeerd – doet het er niet toe of het lichaam verkwijnt door erfelijke ziekten en kwalen, dan wel ontaardt door rassenschennis. De kerken zijn de ijverigste propagandisten voor bloedvermenging met Joden en kleurlingen en hebben een afkeer van lichaamskultuur; alsof God geen welgevallen zou hebben in mensen met lichaamsschoonheid.

Het lichamelijke is bovendien nog in ander opzicht verwerpelijk; het is n.l. een beletsel voor het universeel humanistische ideaal. Het staat de mensengelijkheid en wereldverbroedering in de weg, omdat het de uiterlijke verschillen tussen de volken op de voorgrond plaatst. Door het lichaam wordt het mensdom verdeeld, maar de alles overheersende geest vormt juist het verenigende element tussen de rassen en volken.

De christelijke leer heeft door haar overschatting van de geest en door het geloof, waarbinnen noch Griek noch Jood is, tot de grondslag der menselijke gemeenschap te maken, vele Germaanse idealen vernietigd. Haar meest verwoestende uitwerking bestond echter daarin, dat zij de banden des bloeds heeft doorgesneden. Van stonde af aan was alle levensgemeenschap van stam, sibbe en volk van geen belang meer. Volksverbondenheid en volksmin verloren hun ideeëlen zin, omdat de bloedbanden niet meer geheiligd waren, maar zondige waarden, want in het vlees gegrond.

In onze kerken wordt het huwelijk als een sacrament beschouwd, maar de gehuldigde opvattingen omtrent dit huwelijk zijn allesbehalve sacraal, want dan zouden zij de echt tussen rasvreemden als onzedelijk en als een ontheiliging moeten verwerpen, omdat de vernietiging van het rasbloed nimmer de bedoeling van de Schepper kan zijn geweest. Men zal eindelijk eens moeten inzien, dat ook het bloed een sacrament is en dat daarom het huwelijk boven de mogelijkheid ener rassenschande moet worden verheven. De mens is op deze planeet niet als een eenheidsmens neergezet en daarom kan de rassenbrei-mens nimmer als het ideaal der schepping zijn bedoeld. Ook bij ons moeten de christelijke kerken, willen zij niet in haar taak tegenover de volksgemeenschap te kort schieten, er toe medewerken, dat het huwelijk weer volgens de zin onzer Germaanse voorouders, als een heilige plicht tegenover de bloedgemeenschap wordt opgevat. Het moet niet het ideaal onzer vrouwen zijn om volgens de Liguorische moraalleer of de Talmoed een slaafs bedliefje te zijn en zich naar het goeddunken van de man te laten misbruiken, maar het moet, zoals Darre zegt, haar trots wezen, om evenals de Germaanse vrouw, stammoeder te zijn van een edel geslacht en aan een edelen zoon de bevestiging te zien van haar eigen waarde. 

Volgens de christelijke ethiek van de geleerden is het streven naar de teelt van bloedreine, gezonde nakomelingen en zijn alle afweermaatregelen tegen ontaarding te veroordelen. Als eenmaal driekwart der Nederlanders uit vernegerde of gepigmenteerde wellustelingen, dan wel drankzuchtige, gebochelde lamzakken en imbecielen bestaat en onze kultuur maar christelijk blijft, dan is de zaak goed, want ze beantwoordt aan Gods leiding. Welnu, wij zijn reeds hard op weg naar zo’n paradijs. Alleen is het niet duidelijk, wat zulke christelijke voorlichters nog denken te bereiken met zo’n leger van decadenten; hoe het mogelijk zal zijn zo’n massa van wellustige woestelingen en impotenten nog zedelijk te verheffen en bruikbaar te maken voor de harde arbeid op de akkers en in de polders, dan wel voor de verdediging des vaderlands.