Waarom geen rassenvermenging?

 

De ganse schepping is geschapen / ontstaan met een geweldige diversiteit van mensen, dieren, planten, bomen, insecten e.d. Elk dier of boom heeft zijn eigen eigenschappen die kenmerkend en uniek zijn voor dat ras of die soort. Deze diversiteit kon in harmonie met elkaar samenleven en samenwerken. Het geheel vormde een eenheid. In die samenleving heerste constant een cyclus van geboorte, opgroeien en afsterven. Het was/is een samenleving met natuurwetten, orde en regelmaat.  
Door het ingrijpen van de mens zijn er vele rassen met elkaar gekruist waardoor weer andere soorten ontstonden die niet meer de kenmerkende unieke eigenschappen bezaten van het oorspronkelijke ras. Die eigenschappen gaan alsdan verloren. Als je bijvoorbeeld een Labrador kruist met een andere hond, dan zal de unieke kenmerkende eigenschappen die de labradors hebben (zachtaardig, lief voor kinderen) verdwijnen. De gemengde hond zal van allebei de ouders iets hebben, maar niet meer het geheel van het Labrador ras. En dat is jammer en tegennatuurlijk.
                              
Rassenvermenging heeft tot gevolg dat de voedingssappen of lichaamssappen (dna, genen en bloed) vermengt worden met elkaar.
Het bloed van een ander ras is totaal anders van samenstelling en erfelijke factoren. Gelijkheid van bloed is een fabel. Telegony is genetische informatie overbrengen van de man in de vrouw. Deze genetische invloed van een man bij zijn vrouw zet zich voort via deze vrouw, ook al krijgt zij daarna nog andere mannen.
Gescheidenheid van rassen is een natuurwet en geldt zowel voor mensen als voor beesten en planten. De dieren en bomen houden zich aan deze wet, want u zult in de vrije natuur nooit geen kruising zien tussen een koolmees en een mus, tussen een kraai en een duif, tussen een appelboom en een perenboom, alhoewel deze soorten daar wel de gelegenheid toe hebben. Maar het is hun inwendige natuur die hen leert om alléén met hetzelfde ras en soort zich voort te planten. Vermenging tussen een paard en een ezel geeft een muildier die onvruchtbaar is. Hebt u wel eens een varken zien paren met een geit? Of een vlieg met een mier? Doordat de natuur vandaag de dag erg aangetast en vervuild is
vindt er in de natuur soms ook overspel plaats bij dieren, waarvan de gevolgen duidelijk zijn dat daarmee de natuurwetten zijn overtreden, zoals zebra's met paarden, of varkens met wilde zwijnen. Dit lost zich vanzelf weer op, daar de nakomelingen onvruchtbaar zijn. Rassenvermenging is in strijd met de natuur, dus een onomkeerbare zonde en deze zonde openbaart zich in degeneratie over alle navolgende geslachten.

                        Bloed bij bloed, volk bij volk.
                        De wetten van de natuur zijn het allerhoogste, daaraan mag je niet raken.

                       
Het bestaan van mensenrassen loochenen, is hetzelfde als het licht van de zon loochenen. Rassenkunde en erfelijkheidsleer zijn wetenschappen zoals eender welke wetenschap. Erfelijkheid en ras zijn niet alleen medebepalend voor ons uiterlijk, maar ook voor ons zielenleven, ons gevoelsleven en de vorming van ons karakter. Wanneer wij de stem van de natuur niet gehoorzamen, zal de natuur zich over ons wreken en wel als gevolg van de wet van oorzaak en gevolg. In ieder ras handhaaft zich de eigen aard van geslacht op geslacht, van eeuw tot eeuw. Zolang het ras zuiver blijft, blijft de geest van dat ras gelijk, ook al openbaart die zich in andere geslachten. Dit leert ons de erfelijkheidsleer.
In de afgelopen eeuw zijn grenzen tussen stad en land, stand en beroep, provincie en provincie, land en land sterk verflauwd of zelfs helemaal verdwenen. Daardoor is een sterke vermenging opgetreden van bevolkingsgroepen die voorheen gescheiden leefden.
Het vermengen van rassen draagt zorg voor ontbinding, degeneratie, het verliezen van de identiteit en zelfs het verlies van het intellect. Er ontstaat een botsing tussen genen, chromosomen, karakters e.d. Indien het scheppende ras ten onder gaat door rassenvermenging, zal uiteindelijk ook de wereld ten onder gaan. In de dierenwereld is het gegeven dat het vermengen van rassen ten koste gaat van de ‘kwaliteit’ een feit. In de mensenwereld is dit door vele wetenschappers aangetoond, zelfs de leek constateert dit in praktijk, zonder dat daar enige intellect voor aanwezig hoeft te zijn, en toch wordt deze waarheid niet gehandhaafd.
Een Waalse staatsman heeft ooit verkondigd dat wij bewust moeten aansturen op een smeltkroes van blanken, gelen, bruinen en zwarten via een algemene huwelijksvermenging, opdat de eenheidsmens geboren zou worden. Dit is echter een illusie, de eenheidsmens kan en zal nooit bestaan. Als men alle rassen door elkaar zou mengen, zal er niet een enkel-rasmensheid ontstaan, maar een ten ondergang gedoemd minderwaardig schepsel zonder geur of kleur, zonder verheven kunstschepping, een disharmonisch gedrocht, zonder liefde. Er bestaat geen één mensheid, er bestaan enkel maar rassen.
De aanhangers van het multiracialisme stellen dat, indien alle rassen van de wereld samen zouden worden vermengd, alles goed zou zijn met de mensheid, met eendracht op aarde en waarbij iedereen in harmonie zou leven met elkaar. Deze stelling bezit echter noch een Bijbelse grondslag noch een natuurlijke, noch een geschiedkundige, noch ook een wetenschappelijke waarde.
Mensen worden niet gelijk gemaakt door hen als gelijken te behandelen. Alle opvoeding en staatsbemoeienis is niet in staat om van een Jood een Germaan te maken, uiterlijk noch innerlijk. De verschijningsvorm kan vervormd worden, uiterlijk kunnen er schijn-overeenkomsten ontstaan, maar naar de erfelijke aanleg blijven zij wat ze zijn. De ervaring leert het ons, de erfelijkheidsleer doet ons het waarom begrijpen.

Ik ben geen racist noch een rassenhater, nee degene die rassen vermengt, die is een racist want diegene vernietigd de originele en unieke eigenschappen van beide rassen. Wanneer mensen zeggen geen racist te zijn, waarom promoten ze dan wel de vernietiging van de rassen d.m.v. vermenging?
Eugenetiek is de leer van de goede voortplanting of de zorg voor een goed nageslacht. Eu = goed, genereren = voortbrengen. Het wordt tijd dat we de leer van eugenetiek weer gaan toepassen op de scholen. Rassenkunde en erfelijkheidsleer moeten weer verplichtte leervakken op de scholen worden. Doen we dit niet, dan krijgen we een krom en verdraaid geslacht. Dan sterven de rassen uit en ontstaat er een mengelmoes zonder betekenis. Oftewel: degeneratie! Zwakzinnigen, doofstommen, imbecielen of andere minderwaardige schepsels zouden we niet moeten laten toestaan dat zij een huwelijk aangaan, noch enige seksueel verkeer kunnen hebben. Het kan toch niet zo zijn dat, uit een door zwakzinnigen genoten seksueel pleziertje, vele volgende generaties er de dupe van zijn. In Amerika was een man die een buitenechtelijk kind verwekte. Dat kind had psychische problemen en was zwakzinnig, ging een huwelijk aan en krijg ook weer kinderen. Die kinderen kregen ook weer kinderen. En die kinderen kregen ook weer kinderen. Er waren op een gegeven moment meer dan 400 nakomelingen voortgekomen uit dat buitenechtelijk kind wat verwekt was uit een seksueel pleziertje. Wat bleek nu, al die 400 nakomelingen hadden problemen. Verslavingen, psychische, lichamelijke of gewelddadige problemen. Ziet u nu hoe ongelooflijk belangrijk het is om een sterk en gezond nageslacht te verwekken? Elke jonge vrouw en elke jonge man is een toekomstige stammoeder of stamvader van vele stamgeslachten. Daarom is het zo belangrijk met wie men zich in de echt verbind. Al is iemand persoonlijk nog zo hoogstaand, als hij uit een geslacht komt van zwakzinnigen, kan hij geen goede stamvader worden.
Een volk gaat niet ten onder door een verloren oorlog, hongersnood, crisis of tegenspoeden, maar wel door rasvermenging en rasverloedering. Een volk kan voortbestaan als het ras zuiver blijft en gezorgd wordt voor sterk, volwaardig nageslacht. In de dierenfokkerij worden dieren ter vermeerdering gekozen van een door en door gezonden stam en zonder gebreken. Maar gaat het bij ons om een huwelijk, dan houden wij geen rekening met de mogelijke nageslachten die eruit voort kunnen komen. Niemand vindt het vreemd als ernaar wordt gestreefd -door selectie- betere diersoorten van plant en dier voort te brengen, maar weinigen schijnen zich tot nu toe afgevraagd te hebben of het niet wenselijk zou zijn -door geslachtswetten toe te passen- een hogere mensensoort voort te brengen. 
"Slechts dat volk zal eeuwig bestaan, dat zijn bloed zuiver houdt en het land met zijn bodem trouw bewaart"(Frick).

 

Segregatie  =  rassenscheiding

i.p.v.

Integratie  =  rassenvermenging

 

Rasvermenging is niet het streven der natuur.
Moet de mens, die aan dezelfde levenswetten onderworpen is, dit feit dan niet in acht nemen? Geeft het hem niet te denken, dat in de natuur het "onverstandige" dier zich zo mogelijk slechts aan verwanten van gelijk ras paart? Natuurverbonden mensen, zoals onze voorvaderen en de bodemgebonden boeren handelen uit aangeboren instinct precies zo. De volkeren die zich zonder enige rem aan bloedvermenging overgaven, deden dit tot hun schade. Rasvermenging is één der hoofdoorzaken van de ondergang van de oude cultuurvolkeren geweest (Perzen, Grieken, Romeinen). "De bloedsvermenging en het daarmede samenhangende afzakken van het raspeil is de enige oorzaak van het afsterven der oude culturen." (een oud staatsman)

Begin rassenvermenging

Door welke oorzaken zijn de Germanen, Kelten en andere Noordse volken (Angelen, Saksen, Franken, Friezen e.d.) van het wereldtoneel verdwenen? Duizenden jaren lang hebben zij zich, als nakomelingen van het Arische ras, dat na het Atlantische ras toon-aangevend was op aarde, kunnen handhaven. Maar in het Oosten kwam de ras-zuiverheid het eerst in het gedrang en ontstonden allerlei bastaard-volken, in wie het besef van hun goddelijke Afkomst meer en meer uitdoofde, als gevolg waarvan minder gewenste eigenschappen en karaktertrekken de boventoon gingen voeren. Omdat er hoe langer hoe meer van de geordende voortplanting werd afgeweken, nam de overbevolking in Azië en in bepaalde delen van Afrika hand over hand toe. Deze volken konden in eigen land niet meer worden gevoed en als gevolg hiervan vonden er volksverhuizingen plaats, waardoor de Germanen werden vermengd met slavische, semitische en andere volken, waardoor hun raszuiverheid verdween. Door de vermenging met vreemd bloed gingen niet alleen de typisch Germaanse trekken en eigenschappen (blond haar en blauwe ogen) verloren, doch ook in intellectueel opzicht trad achteruitgang op. Nog later werden de Germanen door Caesar’s legioenen overwonnen en weer later door de roomse kerk gekerstend, waarbij echter hun oude gebruiken en instellingen eenvoudig door het christendom werden overgenomen.
Door deze vermenging ontstond uit de Germanen het eerst het volk der Franken, dat later westwaarts trekkend Frankrijk deed ontstaan. Ook in Italië en het Iberisch Schiereiland werd het Germaanse element (het oorspronkelijke Rijk der Longobarden) de eeuwen door zwakker, totdat er ten slotte slechts Fransen, Italianen en Spanjaarden overbleven. Bekend is hoe in deze landen er tot de huidige dag onderscheid is blijven bestaan tussen de bewoners van de zuidelijke en noordelijke streken, gelijk dit ook in ons land het geval is, waar de scheidingslijn wordt gevormd door de grote rivieren. In het noorden overheerst het Germaanse element het Mediterrane, en hoe noordelijker men komt, hoe minder invloed de kerk van Rome er heeft kunnen uitoefenen. De noordelijke landen zijn overwegend niet-rooms, en dit geldt zelfs voor Nrd. Amerika, dat in tegenstelling tot Zd. Amerika weinig roomsen telt. Dat dit geen toeval is, zal u na lezing van dit hoofdstuk wel duidelijk zijn  geworden. (J en M Henschel uit Wedergeboorte der Mensheid)

Overerving en huwelijkskeus zijn twee hoogst belangrijke factoren die het gehalte bepalen van het nageslacht. En dus ook de toekomst van het volk en ras. Een volk en een ras kunnen ontaarden, kunnen ten gronde gaan en met hen een hele cultuur, indien door verkeerde huwelijkskeus de wetten van overerving leiden op een weg van degeneratie. Omgekeerd kan het bij een goede huwelijkskeus tot een veredeld en versterkt nageslacht leiden. Geschiedkundigen hebben een diepgaande studie gemaakt van de ondergang van de grote wereldrijken: Egypte, Rome, Perzië en Griekenland. Deze rijken waren eens de dragers van een hoog bloeiende beschaving. Helaas zijn zij allen door verkeerde huwelijkskeus, door rassenmenging ten gronde gegaan. Op rassencontact volgt noodwendig rassenvermenging.


  

Het kostbaarste bezit wat je hebt in de wereld, zijn je eigen soort mensen. En voor deze mensen en omwille van deze mensen, zullen we vechten en strijden en nooit verslappen. Nooit moede worden. Nooit de moed verliezen en nooit het geloof verliezen. (een oud staatsman)

Het onderstaande is overgenomen uit: Bloed en Mythe als levenswet. Door P E. Keuchenius

Onder de gelijkmakende beginselen der kerk werd in Spanje het verbod van gemengde huwelijken van Gotghen met Mooren of met bastaarden, welke eerst bij doodstraf verboden waren, door de Westgotischen koning Leowigild (568-586) opgeheven. Ook door Chlodowig koning der Franken werd alle bestaande ongelijkheid tussen Franken en hun onderworpenen opgeheven, zodra hij tot het christendom bekeerd was.

Volksdom is de uiterlijke verschijningsvorm, de totaliteit van de in het bloed vastgelegde eigenschappen van lichaam, ziel en karakter van een volk. Deze eigenschappen zijn aangeboren en eeuwig onveranderlijk, tenzij door uitsterven of verbastering het bloed verloren gaat. Uit den Geus komt weer de Geus voort, gelijk uit den neger weer een neger en uit den jood weer een jood. Deze innerlijke wet is een bovenmenschelijke ordening. Schennis van deze wet door de samenleving te ont-aarden, te ontgeuzen en te verjoodschen, te romaniseren of te verchineeschen, tengevolge waarvan de samenleving aan den eigenaard geweld aandoet of door bloedvermenging met Joden en kleurlingen, is heiligschennis, want zij maakt inbreuk op de goddelijke schepping en haar wetten. De bloedschande is de allergrootste zonde tegen de natuur.
Niet alleen teelt volgens de onvergankelijke bloedwetten de noorderling weer een noorderling, de jood weer een jood, de neger weer een neger, maar bovendien zal voor eeuwig de neger alleen in staat zijn om een negercultuur voort te brengen en de noorderling een Noordsche cultuur, gelijk de Jood een Joodsche cultuur, omdat wil en denken door de onveranderlijke wezenswetten worden bepaald.
Ieder individu, iedere bloedgemeenschap en dientengevolge ook ieder ras, heeft vanwege de voor hem of haar karakteristieke organische dispositie ook een eigen bewustzijnsstructuur en een eigen waarderingsgrondslag, die het persoonlijk kenmerk vormen van zijn of haar bewustzijn en kenvermogen en waarin dan ook de kiem schuilt voor elke kulturelen scheppingsstijl.

De natuur waakt tegen verbastering. In de plantenwereld bestaan de meest wonderlijke inrichtingen om ongewenste kruisingen tegen te gaan en edelbevruchting in de hand te werken en dezelfde tendenzen zijn eveneens in de dierenwereld aan te treffen. De kruising tussen niet verwante soorten leidt tot ontaarding. Dat is de reden waarom de natuur bastaardering tegengaat en de bastaard niet door haar begunstigd wordt. De bastaard is wat zijn eigenschapen betreft, een onuitgebalanceerd wezen, vaak veel minder vruchtbaar en soms zelfs volkomen steriel, zoals bij het kruisingsprodukt van paard en ezel.
Het voortbestaan van een volk is afhankelijk van het voortbestaan van zijn rassische substantie. In de geschiedenis zijn de bloedreine volken altijd het krachtigst gebleken. Voortgezette bastaardering doet een volk in een toestand vervallen van geestelijke en politieke onmacht. Bij kruising tussen bloedvreemde rassen wordt de organische harmonie en daarmee ook het psychische evenwicht verstoord. Zij doet de specifieke eigenschappen van beide rassen door verzwakking en nivellering verloren gaan. De kruising is noch voor het superieure, noch voor het inferieure ras een voordeel, omdat bij beiden de adel verloren gaat. Zien wij naar de Zuidamerikaanse staten, allemaal rasloze mestiezenstaten met een bevolking ontstaan uit de bloedvermenging van Spanjaarden of Portugezen met Indianen, negers, Joden en Chinezen. Hetgeen deze volken aan algemene kultuurwaarden hebben voortgebracht is bitter weinig. Het is opmerkelijk, dat de grote mannen die in dit werelddeel een rol van betekenis gespeeld hebben, reinbloedig waren. Simon Bolivar, de grote held, van wien de vrijwordingsgedachte in het gehele zuidelijk deel der Nieuwe Wereld is uitgegaan, de latere president van Venezuela, was een reinbloedige Iberiër. Juarez de hervormer en grondlegger van Mexico en Porfiro Diaz, de grote Mexicaanse staatsman, waren beiden zuivere Indianen.
De mens heet naar Gods beeld geschapen, maar door schennis van de goddelijke wetten verliest hij dat hoge voorrecht en wordt gestraft met een misgeboorte, met onevenwichtigheid, een disharmonie van gestalte, karakter en geest, terwijl hij als bastaard zijn adeldom en zijn heersersnatuur verliest en gedoemd is tot een slavenleven. Het bestaan van enkele verdienstelijke mannen onder gemengdbloedigen bewijst natuurlijk niets en is zeker geen argument ten gunste van voortgezette rassenkruising. Zulke zeldzaamheden laten zich door de erfelijkheidswetten gemakkelijk verklaren. Zij blijven echter hoge uitzonderingen, waarin toevallig de beste erfelijke potenties van een van beide rassen tot uiting komt.

Het doet mij, als ik een Indo zie, altijd aan alsof er heiligschennis is gepleegd, een heiligschennis die op het gelaat der halfbloeden is af te lezen en ook in hun gehele wezen opvalt. Een bloedreine Madoerees, Javaan, Soendanees, Maleier,  Batakker of Dajakker, is een schoon en edel creatuur. Hun gehele wezen past bij die wonderlijke maar verraderlijke, warm-zinnelijke tropische wereld, waar in het majestueuze oerwoud de tijger sluipt, achter de betoverende orchidee de gifslang loert en in den prachtige sterrennacht de malariamug zijn gevaarlijke kiemen verspreidt. Ook hun levensgewoonten, hun woningbouw en hun lied, sluiten zich stijlvol bij hun omgeving aan. Hoeveel edeler is hun leven dan het vloekbeladen bestaan van een Euraziatische bastaard.

 

Het onderstaande is overgenomen uit: Het Rasvraagstuk. Door J.C. Nachenius

Beleven of probleem?

Wanneer ik met een boot voor het eerst in Walvisbaai (ZW. –Afrika) aan land kom en ik heb het geluk een groepje van die kleine donkere mensjes – een dwergvolkje, dat die kuststreken bewoont – te zien, dan kan ik mij nauwelijks voorstellen, nog op dezelfde planeet te zijn, als toen ik van Europa afvoer. Ik hoor hun geluiden en vreemde klanken, die voor ons onnabootsbaar zijn en het maakt een diepen indruk. Ander ras. Hoe ver staat het van ons af! Staan wij er niet even vreemd tegenover als tegenover een diersoort, die wij nog nooit eerder zagen? Wij hebben niet het minste contact. Hoe sterk worden wij er ons dan van bewust, dat wij anders zijn, van ander ras zijn.
Maar ook wanneer wij niet zover kunnen reizen, kan ons ditzelfde tot bewustzijn komen. Wanneer wij plotseling temidden van Joden verzeild raken, ook dan komt ons anders-zijn ons tot bewustzijn, ook al spreken zij onze taal – zij het op hunne wijze – ook al zijn zij gekleed als wij en al doen zij “Europees”.

Zo en niet anders is ras de eeuwen door beleefd.

Dit beleven is geen probleem en is het nooit geweest. Wat beleefd wordt is werkelijkheid van de meest werkelijke soort, wij twijfelen er niet aan en voelen geen behoefte het ook nog te gaan bewijzen. Alle gezonde mensen beleven hun anders-zijn, zodra zij met een vreemd ras in aanraking komen!
Alle gezonde mensen, zeiden wij terecht. Maar wij zien om ons heen vele mensen die niet meer gezond zijn en daarenboven bastaarden tussen rassen. Voor deze mensen wordt het een probleem. De beschaving en het stadsleven vervreemden de mensen van de natuur (in zichzelf, zowel als om hen heen!) en daar is bijgekomen, dat vreemde leren en leuzen hen hebben ingeprent, dat alle mensen gelijk zijn, dat er een vooruitgang der mensheid is en dat zelfs voor God alle mensen gelijk zouden zijn. (JC. Nachenius   Het Rasvraagstuk)